Weblog Fietsersbond afdeling Parkstad Limburg

Weblog van de Fietsersbond afdeling Parkstad Limburg

Voorzitter: Harrie Winteraeken: hwinteraeken@hotmail.com.
Secretaris e-mail: parkstadlimburg@fietsersbond.nl


Knelpunten op uw fietsroute kunt u bij de secretaris melden of via website www.fietsersbond.nl.

zondag 18 november 2012

Onveilig oversteken bij middelbare scholen Heerlen


Discussie: bij middelbare scholen een vaste oversteekplaats met fietsers in de voorrang? Hierbij de beschrijving bij de scholengemeenschappen Bernardinus en Grotius College en Sintermeerten.

Onlangs (9 november) hebben Will Zeedzen en ik namens de Fietsersbond afdeling Parkstad Limburg weer het halfjaarlijkse overleg gehad met de Heerlense wethouder Nico Aarts van onder andere fietszaken. Zoals gebruikelijk een constructief overleg waarbij hoofdzakelijk knelpunten aan de orde komen, waarvan er zo mee en mee ook een behoorlijk aantal wordt opgelost.
Maar in de ‘rondvraag’ vroeg hij aandacht voor een moeilijk probleem. Er liggen twee grote scholengemeenschappen (Bernardinus en Grotius College) aan de radiaalweg Akerstraat en een scholengemeenschap (Sintermeerten) aan de Valkenburgerweg, de verbindingsweg met Voerendaal. In de spits zijn het drukke wegen (maximumsnelheid 50 km/uur) met vrijliggende fietspaden of fietsstroken en op de Akerstraat een vrij brede middengeleider.

Vooral ’s morgens, zo’n 10 minuten voordat het eerste lesuur begint, is het er (natuurlijk) chaos vanwege de grote aantallen (honderden) scholieren die de weg moeten oversteken. Het gaat vaak maar net goed en dat komt vooral ook omdat automobilisten ‘defensief’ rijden en dus de fietsers de tijd gunnen om over te steken. Veel scholieren gedragen zich netjes in het verkeer, maar er zijn er genoeg die zonder rekening te houden met de auto’s de weg oversteken. De wethouder zei (vertaald in nette bewoordingen) dat hij die graag eens tot de orde zou willen roepen.

Bij Sintermeerten is in de directe nabijheid vorig jaar een rotonde gereconstrueerd met een fietstunnel. Daar is het een goede oplossing. Maar daardoor komen veel scholieren bij de school aan via een fietspad in twee richtingen aan de overzijde van de vrij drukke Valkenburgerweg. Waar ze moeten oversteken was eerst een zebra gepland met een brede fietsstrook waarop de overstekende fietsers voorrang zouden krijgen. Maar deze oversteek is vervangen door een gewone, waarbij het snelverkeer voorrang heeft boven het overstekende verkeer. Echter, ook hier geven veel automobilisten voorrang (de bus en de vuilniswagen niet volgens de waarneming van Nico Aarts).

In overleg met de gemeente is Grotius onlangs gestart met (informele en vrijwillige) klaar-overs. Zij moeten op de drukste momenten de verkeersstroom in goede banen leiden. Volgens de wethouder ligt hier ook een verantwoordelijkheid voor de school en minder voor de gemeente.
Als iedereen het hier mee eens is en de klaar-overs zorgen voor een goede verkeersafwikkeling, dan kan deze maatregel ook worden toegepast bij Bernardinus en Sintermeerten?

Maar is de aanwezigheid van een veilige oversteekvoorziening ook een verantwoordelijkheid van de gemeente? En zouden er dan ook door de gemeente maatregelen moeten worden genomen? Daarbij is het een dilemma wat de verantwoordelijkheid van de scholieren moet zijn. Ze zijn met erg velen en dat onderstreept het belang van een goede oversteek.
Scholieren zijn gewone verkeersdeelnemers die zich netjes aan de verkeersregels moeten houden. En het gros doet dat gelukkig ook. Maar er zijn er bij die dat (soms) niet doen. Moeten die maar ‘voelen’? Of moet je die tegen zichzelf in bescherming nemen? Een stukje verantwoordelijkheid uit handen nemen omdat ze dat nog niet geheel aankunnen? Ik refereer naar onderzoeken op dit terrein, onder andere van de Universiteit van Maastricht, waaruit blijkt dat de hersenen van jeugdigen nog volop in ontwikkeling zijn, soms ‘dwars’ zijn en dat ze niet altijd het gevaar inzien zoals dat zou moeten.
Maatschappelijk gezien vinden we het zeer gewenst dat scholieren fietsen. Als we dat niet vonden, moesten we ze massaal met de bus vervoeren? Hebben we dan ook niet voor een deel de maatschappelijke zorg dat ze veilig kunnen fietsen? In België hebben ze voor de oplossing gekozen dat wegen in de buurt van scholen onder schooltijd een maximumsnelheid hebben van 30 km/uur. Daar is vrij rigoureus de verantwoordelijkheid bij de automobilist gelegd, maar tegelijkertijd ook weer geholpen. Meer fietsvriendelijke gemeenten in Nederland (bijvoorbeeld Houten) geven op kruisingen de kruisende fietspaden voorrang.
De gemeente moet dan ook durven kiezen voor de zwakkere verkeersdeelnemer. En die keuze kan de gemeente invullen met een veilige oversteek bij deze drie scholengemeenschappen: alle drie een robuuste zebra met fietsstroken en voldoende haaientanden en voorrangsborden voor het snelverkeer?

Tot slot: ik zou graag meningen willen horen over het bovenstaande dilemma, niet alleen van fervente fiets-lobbyisten, maar ook van automobilisten en andere mensen die hier genuanceerd tegenaan kijken.

Harrie Winteraeken

zondag 21 oktober 2012

Fietsersbond en VVN repareren op 27-10 gratis fietsverlichting

Heerlen, 21 oktober 2012.

PERSBERICHT

Fietsersbond en Veilig Verkeer Nederland houden fietslichtreparatieactie.

Gratis reparatie van defecte fietsverlichting.


In het kader van en gelijktijdig met de start van de landelijke fietsverlichtingscampagne Ik wil je zien houden de Fietsersbond afdeling Parkstad Limburg en Veilig Verkeer Nederland in Heerlen op zaterdag 27 oktober a.s. van 10.00 – 16.00 uur weer een fietslichtreparatieactie. Leden van de Fietsersbond en van VVN doen gratis (kleine) reparaties van de fietsverlichting van fietsers. Daarnaast geven zij voorlichting over verschillende soorten verlichting en handige reparatietips. De fietsverlichtingsactie vindt plaats op het Pancratiusplein, vlakbij het beeld “de Lachende Ezel”.

Deze campagne richt zich speciaal op jongeren. Het motto Ik wil je zien heeft een dubbele uitleg: “Ik vind je leuk en belangrijk én ik wil dat je veilig thuiskomt”. Er is ook een speciale pagina op Facebook ‘Ik wil je zien’. Daar kan je van je eigen foto een ‘ik wil je zien’-poster maken. En er ook nog prijsjes mee winnen zoals fietslampjes en kortingsbonnen. En dat is leuker dan met een boete thuiskomen.

Ervaren mensen van Veilig Verkeer Nederland en de Fietsersbond zullen eenvoudige reparaties aan defecte of slecht werkende fietsverlichting uitvoeren. “Denk daarbij aan het vervangen van kapotte voor- en/of achterlampjes, het opsporen van mankementen zoals slecht of geen aardcontact, maar ook het vervangen van kabels als er een breuk in zit. Als je zelf een nieuwe lamp gaat kopen, zetten wij ‘m op je fiets”, aldus Harrie Winteraeken van de Fietsersbond in Parkstad Limburg.

**********************************************

Noten voor de redactie:

Wij verzoeken u vriendelijk deze verlichtingsactie in uw krant/programma aan te kondigen. Uiteraard bent u ook hartelijk welkom om de actie bij te wonen. Voor meer informatie of overleg kunt u terecht bij Will Zeedzen of bij ondergetekende.
Als jullie opnames of foto’s willen maken, laat het even weten wanneer jullie van plan zijn te komen. Dan kunnen we er wellicht wat rekening mee houden.

Voor informatie over de landelijke fietsverlichtingscampagne Ik wil je zien word u verwezen naar de websites www.ikwiljezien.nl en www.fietsersbond.nl of naar het landelijk bureau van de Fietsersbond, telefoonnummer: 030-2918171 of e-mail: info@fietsersbond.nl

Enige aanvullende informatie en mogelijk citaten:

Doel van de actie is de lampjes van fietsers brandend te krijgen en te houden. “Verlicht fietsen is prettig en veilig voor jezelf omdat andere verkeersdeelnemers dan beter rekening met je kunnen houden. Dat scheelt een hoop schrik, irritatie en bijna-ongevallen. Daarnaast is een goede koplamp belangrijk als je veel op donkere buitenwegen fietst”, aldus de Fietsersbond.

De Fietsersbond weet dat er veel slechte verlichting op de markt is en dat verlichting snel stuk gaat. De bond test regelmatig allerlei soorten koplampen, achterlichten, dynamo’s en losse lampjes. Uitgebreide informatie hierover staat op (www.fietsersbond.nl/verlichting).

Tijdens de fietslichtreparatieactie kunnen fietsers een folder van de Fietsersbond krijgen met handige reparatietips en informatie over de huidige regels en boetes. Tip nummer één is: monteer batterijverlichting als achterlicht. Het grote voordeel daarvan is dat er dan geen draadjes lopen van het achterlicht naar de dynamo. Juist die draadjes gaan vaak kapot. Ledverlichting (die op batterijen werkt) wordt daarom steeds populairder.

De Fietsersbond is de grootste belangenvereniging van fietsers in Nederland met meer dan 35.000 leden. Mensen die bij de verlichtingsactie lid worden van de Fietsersbond, krijgen een achterlicht en koplamp ter waarde van € 19,95 cadeau. Bij zeer slecht weer, dus wanneer het echt geen weer is om te fietsen, (storm, zware regen of natte sneeuw, erg koud) vindt de actie niet plaats. Maar daar ziet het gelukkig niet naar uit.

Wettelijke regels voor fietsverlichting en boetes:

Wanneer moeten je lichten aan?
• ’s Nachts (juridisch geformuleerd tussen zonsondergang en zonsopgang).
• Bij ernstig belemmerd zicht overdag (bijvoorbeeld bij dichte mist)

Verplichte verlichting en reflectoren
• Eén wit of geel licht voor, één rood licht achter
• Licht mag niet knipperen,
• Licht moet aan de fiets of bovenlichaam* of rugzak bevestigd zijn
• Voorlicht moet goed zichtbaar zijn voor tegemoetkomend weggebruikers (de wet spreekt over ‘voortdurend’)
• Reflectie achterop (rood), op de trappers (geel) en op de zijkant van de wielen is verplicht
Voor fietsen op drie wielen gelden afwijkende regels
*Licht mag niet op armen, benen, hoofd bevestigd worden.

Boetes
Geen licht voor en/of achter in het donker, bij schemer of bij slecht zicht: € 45.
Knipperend, niet zichtbaar, een verkeerde kleur of verkeerd vastgemaakt: € 45.
Rijden zonder de verplichte reflectoren betekent een boete van € 30.


Alvast bedankt voor de aandacht,
namens het bestuur van de afdeling Parkstad van de Fietsersbond,


Harrie Winteraeken

Will Zeedzen (coördinator Heerlen)
tel.nr. 045 541 07 94
e-mailadres: w.zeedzen@ziggo.nl

Harrie Winteraeken (voorzitter)
tel.nr. 045 522 87 20 / 06 523 756 11
e-mailadres: hwinteraeken@hotmail.com

zondag 2 september 2012

Reactie in 3 tweets van @Buitenring + opmerkingen


Reactie in 3 tweets van @Buitenring Parkstad op brief Fietsersbond.

@Buitenring Parkstad heeft in reactie op de brief van de Fietsersbond drie tweets gestuurd:
1. Het wemelt van de veranderingen in dit Inpassingsplan!
2. De vele veranderingen buiten de stikstofproblematiek zijn juist aanleiding om RvSt hierop te wijzen! Een zienswijzeprocedure was nodig!
3. Maar Harrie, kennelijk heb je de stukken niet gelezen en geen overleg gehad met Natuurmonumenten en stichting stop Buitenring ????

Al vind ik de tweets niet meer terug toch hierbij een korte reactie (maar langer dan één of twee tweets):

De Fietsersbond heeft gekozen om niet meer in beroep te gaan bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State maar wel een brief te sturen. We nemen aan dat een gewone brief ook een gepaste manier is van communiceren, ook al zal de inhoud niet rechtstreeks meewegen in de nieuwe standpuntbepaling van de Afdeling.

De Fietsersbond heeft (en dat merkt @Buitenring terecht op) het nieuwe plan niet meer bestudeerd. En ook geen overleg gehad met andere organisaties over de belangen/bezwaren van fietsers in het plan. We weten dus niet of bezien vanuit het oogpunt van de fietser het plan is verbeterd of verder verslechterd ten opzichte van het vorige.
Een verslechtering is wellicht de nieuwe zeer steile helling in de Merkelbekerweg. Een ander punt is de veel te krappe onderdoorgang bij de Waubacherweg. We zullen in overleg met de betreffende gemeenten treden of we bij de verdere uitwerking van de Buitenring nog zaken ten goede kunnen keren. De gemeenten worden overigens door de nieuwe opstelling van de Provincie Limburg net zo goed fors benadeeld.

In beroep gaan bij de Afdeling leek ons weinig zinvol. Bij de vorige procedure was de Fietsersbond weliswaar ontvankelijk, maar alle bezwaren zijn ongegrond verklaard. Volgens ons ligt de belangrijkste oorzaak bij het feit dat de Afdeling niet echt inhoudelijk toetst op die zaken die de Fietsersbond inbrengt. De gemaakte keuzes behoren tot de verantwoordelijkheid van de Provincie Limburg. Daar heeft de Fietsersbond zich bij neergelegd. Nieuwe, maar vergelijkbare bezwaren zullen zeer waarschijnlijk hetzelfde lot ondergaan. Maar het heeft ons niet ervan weerhouden om nog een brief te sturen.

zaterdag 1 september 2012

Fietsersbond: provincie komt gewekte verwachtingen niet na.


In een brief aan de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State over het Inpassingsplan Buitenring Parkstad Limburg 2012 stelt de Fietsersbond dat de Provincie Limburg de gewekte verwachtingen niet nakomt.

Geachte Staatsraden,

Provinciale Staten van Limburg hebben op 29 juni 2012 het Inpassingsplan Buitenring Parkstad Limburg 2012 vastgesteld. Zoals u weet, is de Fietsersbond tegen het oorspronkelijke plan in beroep gegaan. U heeft echter ons beroep ongegrond verklaard. Aangezien het Inpassingsplan 2012 wat betreft onze bezwaren niet wezenlijk verschilt van het oorspronkelijke plan en we er vanuit mogen gaan dat u niet anders zult beslissen als bij ons beroep daarop, gaan wij niet weer formeel in beroep tegen het Inpassingsplan 2012.
Wel willen wij u graag in kennis stellen van het volgende.

Zoals u wellicht nog weet, waren veel bezwaren van de Fietsersbond gericht op verslechteringen van het omliggende wegennet, vooral op wegen die meer verkeer te verwerken krijgen als gevolg van de wijzigende verkeersstromen van en naar de Buitenring. Hier verslechtert de verkeerssituatie voor fietsers aanzienlijk omdat deze wegen over het algemeen niet zijn ingericht op deze grotere verkeersstromen. Verbetering van deze gemeentelijke wegen valt echter niet rechtstreeks onder het plan van de Buitenring. De gemeenten hebben hier echter absoluut niet de middelen voor.

Omdat deze noodzakelijke verbeteringen een rechtstreeks gevolg zijn van de aanleg van de Buitenring, is tijdens de zitting van uw Afdeling van provinciezijde uitdrukkelijk en niet mis te verstaan toegezegd hier ruimhartig middelen voor beschikbaar te stellen. In eerste instantie was hiervoor € 7 miljoen gereserveerd. Wij achten het aannemelijk dat deze toezegging uw Afdeling richting Provincie Limburg mild heeft gestemd en heeft bijgedragen in uw oordeel om het beroep van de Fietsersbond ongegrond te verklaren.
Waar de Fietsersbond van mening is dat dit geen loze belofte mag blijven, blijkt de kans groot dat dit wel het geval gaat zijn.

Gedeputeerde Erik Koppe heeft bij de behandeling van het Inpassingsplan 2012 in Provinciale Staten van Limburg op 29 juni jl. aangegeven dat problemen op omliggende wegen pas worden opgelost na de realisatie van de Buitenring: “Helemaal op het eind, als het project klaar is, kun je knelpunten waar geen bloed uitkomt behandelen.” En: “Misschien kun je dat tussendoor doen, maar dan moet daarvoor een aanleiding zijn en dan moet je al echt ruimte hebben gevonden in je project voor knelpunten waar bloed uitkomt.

Nog los van het ongelukkige taalgebruik van de gedeputeerde (het bloed van de fietser?), er moeten blijkbaar eerst ernstige ongelukken gebeuren voordat de provincie in actie komt en zelfs dan is het afhankelijk van geld (ruimte) dat bij de Buitenring moet overblijven.
Dat er geld over moet blijven van het hoofdproject, herhaalt de gedeputeerde: “Als het ons lukt om die risico's verder terug te brengen, houden we aan het eind een deel van het budget over waarmee we iets kunnen doen om de knelpunten die uiteindelijk overblijven op te lossen”. En: “Er is wel de toezegging dat we, als we klaar zijn, alle knelpunten op een rij zetten en dan samen bekijken of we nog een restant van het budget hebben waarmee we iets kunnen doen en zo niet of er een andere manier is waarop we dat samen met de regio kunnen financieren”.

De Fietsersbond constateert dat van de toezeggingen gedaan van provinciezijde tijdens de zitting weinig over is. Er is geen enkele waarborg dat noodzakelijke maatregelen, die voortkomen uit de uitvoerige verkeersstudies die aan het plan van de Buitenring ten grondslag liggen, op kort termijn zullen worden uitgevoerd. De feitelijke aanpak zal waarschijnlijk in het gunstigste geval na de aanleg van de Buitenring nog jaren duren omdat dan eerst een nieuwe inventarisatie wordt gemaakt en vandaar uit projecten voortkomen. En de beschikbaarheid van geld is hoogst onzeker.

De Fietsersbond concludeert dan ook dat de toezeggingen gedaan tijdens de zitting van uw Afdeling niet worden ingevuld door de provincie, maar in zeer ernstige mate zijn afgezwakt. Hiermee wordt geen recht gedaan aan de problemen van de fietsers. Ook tast dit naar onze mening de geloofwaardigheid van de Provincie Limburg aan.

Verzoek
Wij verzoeken u om het bovenstaande mee te wegen in uw beslissing over het Inpassingsplan 2012.

Met vriendelijke groet,
namens de Fietsersbond,

Harrie Winteraeken
voorzitter Fietsersbond afdeling Parkstad Limburg
provinciaal vertegenwoordiger van de Fietsersbond in Limburg

Ps.: de citaten van de heer Erik Koppe zijn afkomstig van blz. 126 en 127 van de conceptnotulen van de vergadering van Provinciale Staten van Limburg van 29 juni 2012, zoals deze zijn gepubliceerd op de website van de Provincie Limburg op 25 juli 2012.

De regionale kranten Limburgs Dagblad en Dagblad De Limburger hebben op maandag 3 september over deze brief gepubliceerd: link naar artikel.

zondag 1 april 2012

Ledenaantal Fietsersbond afdeling Parkstad Limburg in 2011 gelijk gebleven

Het ledenaantal van de Fietsersbond afdeling Parkstad Limburg is in 2011 nagenoeg gelijk gebleven. De netto groei was 1 lid, van 148 leden per 1 januari 2011 naar 149 leden per 31 december 2011. Er kwamen 13 nieuwe leden bij en er verlieten er 12 de Fietsersbond. De groei van 0,7 % in Parkstad Limburg blijft wat achter bij de landelijke tendens. Landelijk groeide de Fietsersbond in 2011 met 629 leden ofwel 1,9 % tot 34.634 leden.

zondag 11 maart 2012

Fietstelpaal voor Heerlen

De gemeente Heerlen overweegt een fietstelpaal te plaatsen ergens in de gemeente. Ze stellen zelf de Looierstraat voor, maar wellicht zijn Nieuw Eijkholt, de Valkenburgerweg en de Akerstraat ook mooie locaties. Of weet u ook een aardige plek voor deze vorm van fietspromotie? Het meest optimaal is een fietspad in twee richtingen?

zondag 18 december 2011

Uitspraak Raad van State op beroep Buitenring van Fietsersbond

Hieronder is de gehele tekst van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak die betrekking heeft op het beroep van de Fietsersbond over de Buitenring Parkstad Limburg. Het betreft teksten van de bladzijden 90 tot 95. Het beroep van de Fietsersbond is geheel ongegrond verklaard.

Het beroep van de Fietsersbond

2.57. Ter zitting heeft de Fietsersbond de beroepsgrond die ziet op het kruispunt Dentgenbachweg - Kaalheidersteenweg ingetrokken.

2.57.1. De Fietsersbond betoogt dat ten onrechte geen rapport is opgesteld met een weergave van de effecten van het plan voor het fietsverkeer en de oplossingen die daarvoor worden geboden.

Voorts stelt de Fietsersbond dat het plan leidt tot verkeersonveilige situaties voor fietsers. Hiertoe voert zij aan dat het plan niet waarborgt dat de voorziene wegen en het onderliggende wegennet, met inbegrip van de kruispunten, worden ingericht volgens het principe Duurzaam Veilig. Zij stelt verder dat het plan enkele andere nadelige gevolgen heeft voor fietsers. In dit verband wijst zij erop dat fietsers ten opzichte van de bestaande situatie langere routes zullen moeten afleggen van de ene locatie naar de andere locatie. Voorts stelt zij dat niet zeker is dat fietsers niet langer dan één minuut op een kruispunt hoeven te wachten voor een rood verkeerslicht. Zij kan zich evenmin verenigen met de keuze om de BPL aan te leggen als weg met 2x2 rijstroken, omdat hierdoor ruimte verloren gaat die nodig is voor de aanleg van goede fietsvoorzieningen. Ook betoogt zij dat de landschapsbeleving van fietsers zal afnemen en dat moet worden gevreesd dat natuurgebieden niet meer bereikbaar zijn met de fiets.

Het voorgaande in aanmerking genomen betoogt de Fietsersbond, kort weergegeven, dat de veiligheid van fietsers verslechtert op de Reijmersbekerweg en de Naanhofsweg omdat het plan niet garandeert dat op deze wegen een vrijliggend fietspad wordt aangelegd.

Met betrekking tot de fietsverbinding Schuureikenweg-Naanhofsweg betoogt zij dat niet duidelijk is of bij de op- en afritten van de BPL die langs deze fietsverbinding zijn voorzien, veilige oversteekplaatsen worden gerealiseerd. Verder stelt zij dat op deze route sprake is van onaanvaardbare omrijbewegingen. Dit klemt volgens de Fietsersbond temeer, nu deze fietsverbinding in een gebied met hoogteverschillen en veel bochten ligt, hetgeen de verkeersveiligheid en gebruiksvriendelijkheid van fietspaden extra nadelig beïnvloedt.

De Fietsersbond betoogt met betrekking tot de Allee dat niet duidelijk is hoe fietsers veilig kunnen oversteken op de weglocatie waar het fietspad aan weerszijden van de weg overgaat in een fietspad met twee rijrichtingen aan één kant van de weg. Zij betoogt voorts dat niet duidelijk is of de voorziene turborotonde op de kruising Allee-Trichterweg-Akerstraat-Noord Patersweg, wordt ingericht volgens het principe Duurzaam Veilig. Zij acht het ook onwenselijk dat fietsers op deze kruising geen voorrang zullen krijgen.

Verder betoogt zij met betrekking tot de Dentgenbachweg en de Hamstraat dat deze wegen zullen worden gebruikt als ontsluitingsweg voor het industrieterrein Dentgenbachweg onderscheidenlijk nabijgelegen woonwijken en industriegebied. Gelet hierop wordt volgens haar ten onrechte geen vrijliggend fietspad aangelegd. Dit leidt tot een gevaarlijke vermenging van fietsers en gemotoriseerd verkeer, waaronder vrachtverkeer. Voor zover provinciale staten zich met betrekking tot deze wegen op het standpunt stellen dat wordt voorzien in fietsstroken, stelt zij dat dit geen adequate oplossing is. Verder betoogt de Fietsersbond dat niet valt in te zien waarom deze wegen worden ingericht als erftoegangsweg buiten de bebouwde kom.

Met betrekking tot de fietsverbinding Esschenweg-Brommelen-Hellebroek-Nuth en de fietsverbinding Esschenweg-Terlindenweg-Klinkerstraat betoogt de Fietsersbond dat het gemotoriseerd verkeer op de wegen op deze routes zal toenemen en dat daarom vrijliggende fietspaden of fietsstroken noodzakelijk zijn. Ten onrechte voorziet het plan hier niet in. Dit klemt temeer nu in de bestaande situatie reeds sprake is van een onaanvaardbare verkeersdruk.

Met betrekking tot de Hoogstraat en de Kantstraat betoogt de Fietsersbond dat het verkeer op deze wegen zal toenemen en dat daarom een vrijliggend fietspad of een fietsstrook moet worden aangelegd. Ten onrechte voorziet het plan hier niet in. Dit klemt temeer nu in de bestaande situatie reeds sprake is van een onaanvaardbare verkeersdruk op deze wegen.

De Fietsersbond betoogt voorts dat het plan ten behoeve van de gebruiksvriendelijkheid voor fietsers ten onrechte niet voorziet in een fietsverbinding vanaf het NS-station in Kerkrade-centrum langs het miljoenenlijntje naar Simpelveld en een fietsverbinding via het viaduct van de BPL over de Torenstraat. Hiertoe stelt zij dat dit juist in overeenstemming is met het gedachtegoed van de zogenoemde Ladder van Verdaas.

Gelet op het voorgaande en in aanmerking genomen dat aanzienlijke kosten zijn gemoeid met de verwezenlijking van gebruiksvriendelijke en verkeersveilige fietsverbindingen acht de Fietsersbond aannemelijk dat de aanleg van de BPL leidt tot dusdanig hoge kosten dat de voordelen van de BPL, anders dan in het rapport "Toetsing op doelbereik & MKBA" van Ecorys van 8 oktober 2010 staat, niet opwegen tegen de baten, temeer nu vanwege vergrijzing en dalende bevolkingscijfers moet worden getwijfeld aan het nut van de BPL. Het tegendeel volgt ook niet uit de kosten baten-analyse van Ecorys, aldus de Fietsersbond.

2.57.2. Provinciale staten stellen dat de belangen van fietsers voldoende in de besluitvorming zijn betrokken. Voorts stellen zij dat de veiligheid van fietsers niet verslechtert als gevolg van het plan. Zij achten de fietspaden ook voldoende gebruiksvriendelijk.

2.57.3. Ingevolge artikel 7, lid 7.1, aanhef en onder b, van de planregels zijn de voor "Verkeer" aangewezen gronden bestemd voor langzaamverkeersverbindingen zoals voet- en fietspaden.

2.57.4. De Afdeling overweegt dat in deelrapport 4a, behorend bij het inpassingsplan, is beschreven op welke wijze bij de inrichting van wegen rekening wordt gehouden met fietsverkeer. Geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat een nader rapport had moeten worden opgesteld met een weergave van de effecten van het plan voor het fietsverkeer, omdat de beschrijving in deelrapport 4a onvoldoende gedetailleerd zou zijn. Dat niet tot in detail duidelijk is welke verkeersmaatregelen op een specifieke locatie worden genomen, is voor dit oordeel niet relevant. Hiertoe wordt overwogen dat concrete verkeersmaatregelen niet in een inpassingsplan worden geregeld. De beroepsgrond dat maatregelen, zoals het plaatsen van verkeerslichten bij kruispunten, een voorrangsregeling en te nemen veiligheidsmaatregelen bij een overgang in het plan moeten worden opgenomen kan derhalve in de onderhavige procedure niet aan de orde komen.

2.57.5. In deelrapport 4a staat dat de Reijmersbekerweg wordt opgewaardeerd tot gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom met een maximumsnelheid van 80 km/uur. Gelet hierop worden de bestaande fietssuggestiestroken vervangen door een vrijliggend fietspad met twee rijrichtingen aan de oostzijde van de Reijmersbekerweg. Het plan maakt dit ook mogelijk. De Afdeling ziet geen aanleiding voor twijfel over de aanleg van het fietspad. Het voorgaande in aanmerking genomen volgt de Afdeling het betoog van de Fietsersbond niet dat ten onrechte geen vrijliggend fietspad langs deze weg wordt aangelegd.

2.57.6. In deelrapport 4a staat dat het plan ertoe leidt dat de verkeersintensiteiten op de Naanhofsweg beperkt zullen toenemen ten opzichte van de bestaande situatie tot ongeveer 2.000 mvt/etmaal. Provinciale staten stellen dat de Naanhofsweg derhalve kan worden gekwalificeerd als een erftoegangsweg met een maximale capaciteit van 5.000 tot 6.000 mvt/etmaal. De Fietsersbond heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit onjuist is. Volgens het principe Duurzaam Veilig zijn vrijliggende fietspaden op een erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 60 km/uur, zoals op de Naanhofsweg zal gelden, niet noodzakelijk. De Fietsersbond heeft niet aannemelijk gemaakt dat op de Naanhofsweg vanuit het oogpunt van veiligheid desondanks een vrijliggend fietspad zou moeten worden aangelegd.

Voorts staat in het verweerschrift dat de rotondes bij de op- en afritten van de BPL op de route Schuureikenweg-Naanhofsweg van een vrijliggend fietspad worden voorzien, zodat fietsers ter plaatse veilig kunnen oversteken. De Fietsersbond heeft niet aannemelijk gemaakt dat op de route Schuureikenweg-Naanhofsweg desondanks moet worden gevreesd voor een verkeersonveilige situatie bij de op- en afritten van de BPL. Wat betreft de door de Fietsersbond gestelde achteruitgang van de kwaliteit van deze fietsverbinding, mede gelet op de hoogteverschillen en bochten, wordt overwogen dat niet aannemelijk is gemaakt dat de kwaliteit daarvan als gevolg van het plan ernstig verslechtert. Met betrekking tot het betoog dat fietsers op de route Schuureikenweg-Naanhofsweg ten opzichte van de bestaande situatie zullen moeten omfietsen, wordt overwogen dat niet aannemelijk is gemaakt dat deze omrijbeweging zodanig is dat fietsers op de route Schuureikenweg-Naanhofsweg hierdoor ernstig worden benadeeld.

2.57.7. Provinciale staten hebben ter zitting verklaard dat fietsers op de Allee gebruik kunnen maken van een tweezijdig fietspad en dat de kruising Allee-Trichterweg-Akerstraat-Noord Patersweg dusdanig wordt ingericht dat fietsers veilig kunnen oversteken. De nadere detaillering komt in het kader van de inpassing aan de orde, aldus provinciale staten. De Fietsersbond heeft niet aannemelijk gemaakt dat desondanks moet worden gevreesd dat de Allee dan wel de kruising Allee-Trichterweg-Akerstraat-Noord Patersweg niet veilig wordt ingericht.

2.57.8. Voorts staat in het verweerschrift dat de Dentgenbachweg en de Hamstraat zullen fungeren als parallelwegen die alleen bestemmingsverkeer van en naar bedrijventerreinen zullen afwikkelen. Provinciale staten stellen dat de verkeersintensiteiten op deze wegen zodanig laag zijn dat deze niet boven de landelijke streefwaarde voor een erftoegangsweg uitkomen. De Fietsersbond heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit onjuist is. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de wegen niet binnen de bebouwde kom zijn gelegen, hebben provinciale staten de Dentgenbachweg en de Hamstraat terecht aangemerkt als erftoegangswegen met een maximale capaciteit van 5.000 tot 6.000 mvt/etmaal. Zij hebben zich terecht op het standpunt gesteld dat de keuze om deze wegen niet van een vrijliggend fietspad te voorzien, niet in strijd is met het principe Duurzaam Veilig. De Fietsersbond heeft voorts niet aannemelijk gemaakt dat dit anderszins leidt tot een verkeersonveilige situatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de verkeersintensiteit op deze wegen in de toekomstige situatie maximaal 2.000 mvt/etmaal zal bedragen en de maximumsnelheid 30 km/uur binnen de bebouwde kom en 60 km/uur buiten de bebouwde kom is.

2.57.9. Volgens het principe Duurzaam Veilig zijn vrijliggende fietspaden op een erftoegangsweg met een maximale snelheid van 60 km/uur niet noodzakelijk. In het verweerschrift staat dat de verkeersintensiteiten op de route Esschenweg-Brommelen-Hellebroek-Nuth en de route Esschenweg-Terlindenweg-Klinkerstraat niet zodanig zullen zijn dat de maximale capaciteit van 6.000 mvt/etmaal voor een erftoegangsweg wordt overschreden. De Fietsersbond heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit onjuist is. Gelet hierop hebben provinciale staten zich ten aanzien van de wegen op deze routes, voor zover de maximale snelheid lager is dan 60 km/uur, in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat geen vrijliggend fietspad hoeft te worden aangelegd. Met betrekking tot de delen van de Brommelen en de Esschenweg die als ontsluitingsweg met een maximale snelheid van 80 km/uur fungeren, worden wél vrijliggende fietspaden aangelegd, aldus provinciale staten. De Fietsersbond heeft niet aannemelijk gemaakt dat het plan desondanks leidt tot een verkeersonveilige situatie op de route Esschenweg-Brommelen-Hellebroek-Nuth of de route Esschenweg-Terlindenweg-Klinkerstraat.

2.57.10. Met betrekking tot de Kantstraat hebben provinciale staten toegelicht dat de verkeersintensiteit in de huidige situatie ongeveer 9.000 mvt/etmaal bedraagt en dat deze als gevolg van de aanleg van de BPL toeneemt tot ruim 14.000 mvt/etmaal. De snelheid binnen de bebouwde kom zal 50 km/uur bedragen, aldus provinciale staten. Zij stellen dat het plan fietsstroken op de Kantstraat mogelijk maakt en dat in overleg met de gemeente Landgraaf zal worden bezien of de aanleg daarvan nodig is. Met betrekking tot de Hoogstraat hebben provinciale staten ter zitting verklaard dat de situatie op deze weg als gevolg van de aanleg van de BPL niet wijzigt en dat het bestaande fietspad en de fietsstroken behouden blijven. De Afdeling is van oordeel dat de Fietsersbond niet aannemelijk heeft gemaakt dat provinciale staten de veiligheid van fietsers op de Kantstraat en de Hoogstraat onvoldoende in de besluitvorming hebben betrokken.

2.57.11. In hetgeen de Fietsersbond heeft aangevoerd wordt voorts geen aanleiding gezien voor het oordeel dat provinciale staten niet in redelijkheid hebben kunnen afzien van een fietsverbinding vanaf het NS-station in Kerkrade-centrum langs het miljoenenlijntje naar Simpelveld en een verbinding via het viaduct van de BPL over de Torenstraat. Daarbij hebben zij van belang kunnen achten dat deze routes in de bestaande situatie niet aanwezig zijn en dat de BPL in zoverre niet leidt tot wijzigingen in de fietsstructuur ten opzichte van de bestaande situatie. Het betoog dat de aanleg van deze fietsverbindingen in overeenstemming is met het - hiervoor in 2.10.8.1 beschreven - gedachtegoed van de Ladder van Verdaas, wat daar verder ook van zij, leidt niet tot een ander oordeel. Hiertoe wordt overwogen dat provinciale staten in beginsel beleidsvrijheid hebben bij de keuze om al dan niet een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken.

2.57.12. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen heeft de Fietsersbond niet aannemelijk gemaakt dat de belangen van fietsers op de door haar genoemde fietsverbindingen, wegen of kruispunten onvoldoende in de besluitvorming zijn betrokken. In hetgeen de Fietsersbond heeft aangevoerd wordt evenmin aanleiding gezien voor het oordeel dat de belangen van fietsers anderszins onvoldoende in de besluitvorming zijn betrokken. Zij heeft voorts niet aannemelijk gemaakt dat de keuze om de BPL aan te leggen als weg met 2x2 rijstroken leidt tot ruimtegebrek voor de verwezenlijking van fietsvoorzieningen.

De betogen dat de landschapsbeleving van fietsers zal afnemen en dat moet worden gevreesd dat natuurgebieden niet meer bereikbaar zijn per fiets, zijn niet nader onderbouwd en treffen derhalve geen doel.

Ten slotte hebben provinciale staten ter zitting verklaard dat voldoende financiële middelen voorhanden zijn om fietsvoorzieningen te realiseren en dat tevens met deze kosten rekening is gehouden in de kosten baten-analyse van Ecorys. De Fietsersbond heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit onjuist is. Voor zover zij twijfelt aan het nut van de BPL wordt met verwijzing naar het algemene deel van deze uitspraak overwogen dat provinciale staten zich in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat het nut voldoende is aangetoond.

2.57.13. In hetgeen de Fietsersbond heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat provinciale staten zich niet in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat het plan in zoverre strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep van de Fietsersbond is ongegrond.