Weblog Fietsersbond afdeling Parkstad Limburg

Weblog van de Fietsersbond afdeling Parkstad Limburg

Voorzitter: Harrie Winteraeken: hwinteraeken@hotmail.com.
Secretaris e-mail: parkstadlimburg@fietsersbond.nl


Knelpunten op uw fietsroute kunt u bij de secretaris melden of via website www.fietsersbond.nl.
Posts tonen met het label Provincie Limburg Parkstad Limburg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Provincie Limburg Parkstad Limburg. Alle posts tonen

dinsdag 19 juli 2016

Zienswijze Fietsersbond en Wandelnet over reconstructie N274 Schinveld



Aan: de Gemeenteraad van Onderbanken
Postbus 1090
6450 CB SCHINVELD

Betreft: zienswijze bestemmingsplan Reconstructie N274
Geacht college,

Wij wensen graag onze zienswijze te geven over het ontwerpbestemmingsplan voor de reconstructie van de N274 nabij Schinveld, zoals dat vanaf 9 juni tot en met 20 juli ter inzage ligt. Onze zienswijze komt mede voort uit twee ambtelijke overleggen die bestuursleden van ons hebben gehad met projectmedewerkers en een ambtenaar van uw gemeente. Wij spreken onze waardering hiervoor uit.
Wij constateren echter dat de voorliggende plannen vooral een verbetering van de situatie voor het snelverkeer betekenen en dat het daarvoor meerdere ruimtebeslag ten koste gaat van de aldaar al jaren aanwezige fietsvoorzieningen. Wij duiden daarbij op het niet meer van alle richtingen gelijkwaardig kunnen kruisen van de rotonde Jabeekerweg – Kneijkuilerweg én de dreiging om de doorgaande route parallel aan de N274 van en naar Brunssum te verliezen.
Omdat tot nu toe is gekozen voor slechts gedeeltelijk compenserende fietsvoorzieningen, veroorzaken deze plannen, als ze niet worden verbeterd, een aanzienlijke vermindering van de fietsvoorzieningen langs deze weg. Wij zijn van mening dat deze gedeeltelijke degradatie niet strookt met het provinciale beleid voor de instandhouding en verbetering van de fietsvoorzieningen. Wij gaan er namelijk vanuit de het streven van provincie en gemeente erop is gericht dat het fietsverkeer wordt gestimuleerd, zeker voor de wat langere afstanden.

Ons is meegedeeld dat de Provincie Limburg in feite initiatiefnemer van deze reconstructie is en dat deze al enkele jaren door de provincie wordt voorbereid. Wij zijn echter pas in een laat stadium van de planvorming betrokken. Op dat moment waren er al verschillende bestuurlijke keuzes gemaakt die leidend waren voor de verdere planvorming. Ons werd meegedeeld dat de door ons aangedragen alternatieven voor de fietsvoorzieningen (vooral tunnels versus brug) niet meer mogelijk zijn, vooral omdat het grondbeslag ten gevolge van uw keuzes al ‘vaststaat’.
Wij zijn dan ook van mening dat u ons en wellicht ook andere belanghebbenden in een veel vroeger stadium bij de planvorming had moeten betrekken, zodat onze alternatieven wél waren meegewogen. Wij achten uw aanpak niet meer van deze tijd. Het is bij veel gemeenten wel al de gewoonte om vroegtijdig belanghebbenden bij de planvorming te betrekken en ‘vooroverleg’ te voeren. Want u weet toch ook dat overleg aan de ‘voorkant’ lastige procedures en tijdverlies later in het proces kunnen voorkomen.

U komt nu ‘met de schrik’ vrij omdat we de beperkende kaders van deze plannen (met tegenzin) accepteren. Wij duiden dan vooral op de acceptatie van de fietsbrug over de rotonde Jabeekerweg – Kneijkuilerweg. Daarmee blijven we in deze zienswijze met onze wensen binnen de plangrenzen die u zo vroegtijdig heeft bepaald. Maar via u roepen wij in het bijzonder de Provincie Limburg op om spoedig alle nog voorliggende reconstructieplannen van provinciale wegen aan de verschillende afdelingen én de provinciale vertegenwoordigers van de Fietsersbond in Limburg voor te leggen, zodat onze inspraak in het vervolg wel volledig kan worden meegenomen.

Het voorliggende plan heeft naar onze mening twee grote gebreken.
1.      De Fietsbrug
Op zich is een fietsbrug een mooie en veilige manier om een turborotonde te passeren, maar met de aanleg van één fietsbrug is de rotonde Jabeekerweg – Kneijkuilerweg slechts diagonaal te kruisen. Normalerwijze wordt deze rotonde ook door fietsers van vier zijden benaderd die de mogelijkheid moeten hebben om weer drie richtingen uit te gaan. De ongetwijfeld mooi ontworpen fietsbrug mist echter de functionaliteit van het voor een deel van de fietsers zo eenvoudig mogelijk passeren van de rotonde. Veel fietsers hebben nog een oversteek van de provinciale wegen nodig, waar we uit oogpunt van verkeersveiligheid eigenlijk vanaf wilden.

2.      De doorgaande route langs de N274
U heeft de doorgaande fietsroute langs de N274 van en naar Brunssum grotendeels geblokkeerd. U gaat blijkbaar van de veronderstelling uit dat alle fietsers graag via het centrum van Schinveld rijden, maar wij verwachten dat deze omweg waarschijnlijk slechts de voorkeur zal hebben van een beperkt aantal recreatieve fietsers. Naar onze mening zullen de meeste doorgaande fietsers liever de meest rechtstreekse route willen blijven rijden vanaf de rotonde Jabeekerweg – Kneijkuilerweg langs de N274 naar Brunssum.

Wij verwachten van u dan ook dat deze route in stand blijft, het liefst tweezijdig langs de N274. Voor de oostzijde moeten hier nog enkele ontbrekende schakels worden hersteld. Mocht de route langs de oostzijde niet realiseerbaar meer zijn, dan dient er aan de westzijde langs de N274 een volwaardige route in twee richtingen te komen.
Op zich biedt hier de parallelweg Echterbaan voldoende mogelijkheden, waarbij de breedte zodanig dient te zijn, dat fietsers en landbouwverkeer veilig kunnen passeren.
Op enkele plekken dient deze route langs de N274 nog te worden gefaciliteerd, zodat deze ook in Brunssum goed aansluiting vindt. Zo dient er behalve een fietsvriendelijke onderdoorgang (ecopassage) bij de Merkelbekerbeek, een mogelijkheid te komen om linksaf te slaan bij de Leuperweg, dienen de fietsstroken aan de nieuwe ontwerpnormen te voldoen en dient er ook een veilige aansluiting te blijven van de Echterbaan op de rotonde Haefland – Molenvaart – Schinvelderstraat. Daarbij dient u naar onze mening ook de gemeente Brunssum ertoe te bewegen dat daar de in heel Nederland gangbare regeling van ‘fietsers op rotondes binnen de bebouwde kom in de voorrang’ ook wordt toegepast, om te beginnen op de rotonde Haefland – Molenvaart – Schinvelderstraat.

Bij de rotonde Jabeekerweg – Kneijkuilerweg is ook voor fietsers een oversteek over de Jabeekerweg in twee richtingen nodig bij het tankstation (waar ook een linksaf voor bezoekers van het tankstation en het overige verkeer moet komen). Wij beseffen dat dit geen optimale oversteek is, maar u wilde zo nodig een halve oplossing met één brug. Richting Duitsland zal er een fietspadaan de westzijde van de N274 in twee richtingen moeten worden aangelegd tot aan een goede oversteek (met middengeleider) naar het fietspad aan de oostzijde van de weg.

zondag 18 december 2011

Uitspraak Raad van State op beroep Buitenring van Fietsersbond

Hieronder is de gehele tekst van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak die betrekking heeft op het beroep van de Fietsersbond over de Buitenring Parkstad Limburg. Het betreft teksten van de bladzijden 90 tot 95. Het beroep van de Fietsersbond is geheel ongegrond verklaard.

Het beroep van de Fietsersbond

2.57. Ter zitting heeft de Fietsersbond de beroepsgrond die ziet op het kruispunt Dentgenbachweg - Kaalheidersteenweg ingetrokken.

2.57.1. De Fietsersbond betoogt dat ten onrechte geen rapport is opgesteld met een weergave van de effecten van het plan voor het fietsverkeer en de oplossingen die daarvoor worden geboden.

Voorts stelt de Fietsersbond dat het plan leidt tot verkeersonveilige situaties voor fietsers. Hiertoe voert zij aan dat het plan niet waarborgt dat de voorziene wegen en het onderliggende wegennet, met inbegrip van de kruispunten, worden ingericht volgens het principe Duurzaam Veilig. Zij stelt verder dat het plan enkele andere nadelige gevolgen heeft voor fietsers. In dit verband wijst zij erop dat fietsers ten opzichte van de bestaande situatie langere routes zullen moeten afleggen van de ene locatie naar de andere locatie. Voorts stelt zij dat niet zeker is dat fietsers niet langer dan één minuut op een kruispunt hoeven te wachten voor een rood verkeerslicht. Zij kan zich evenmin verenigen met de keuze om de BPL aan te leggen als weg met 2x2 rijstroken, omdat hierdoor ruimte verloren gaat die nodig is voor de aanleg van goede fietsvoorzieningen. Ook betoogt zij dat de landschapsbeleving van fietsers zal afnemen en dat moet worden gevreesd dat natuurgebieden niet meer bereikbaar zijn met de fiets.

Het voorgaande in aanmerking genomen betoogt de Fietsersbond, kort weergegeven, dat de veiligheid van fietsers verslechtert op de Reijmersbekerweg en de Naanhofsweg omdat het plan niet garandeert dat op deze wegen een vrijliggend fietspad wordt aangelegd.

Met betrekking tot de fietsverbinding Schuureikenweg-Naanhofsweg betoogt zij dat niet duidelijk is of bij de op- en afritten van de BPL die langs deze fietsverbinding zijn voorzien, veilige oversteekplaatsen worden gerealiseerd. Verder stelt zij dat op deze route sprake is van onaanvaardbare omrijbewegingen. Dit klemt volgens de Fietsersbond temeer, nu deze fietsverbinding in een gebied met hoogteverschillen en veel bochten ligt, hetgeen de verkeersveiligheid en gebruiksvriendelijkheid van fietspaden extra nadelig beïnvloedt.

De Fietsersbond betoogt met betrekking tot de Allee dat niet duidelijk is hoe fietsers veilig kunnen oversteken op de weglocatie waar het fietspad aan weerszijden van de weg overgaat in een fietspad met twee rijrichtingen aan één kant van de weg. Zij betoogt voorts dat niet duidelijk is of de voorziene turborotonde op de kruising Allee-Trichterweg-Akerstraat-Noord Patersweg, wordt ingericht volgens het principe Duurzaam Veilig. Zij acht het ook onwenselijk dat fietsers op deze kruising geen voorrang zullen krijgen.

Verder betoogt zij met betrekking tot de Dentgenbachweg en de Hamstraat dat deze wegen zullen worden gebruikt als ontsluitingsweg voor het industrieterrein Dentgenbachweg onderscheidenlijk nabijgelegen woonwijken en industriegebied. Gelet hierop wordt volgens haar ten onrechte geen vrijliggend fietspad aangelegd. Dit leidt tot een gevaarlijke vermenging van fietsers en gemotoriseerd verkeer, waaronder vrachtverkeer. Voor zover provinciale staten zich met betrekking tot deze wegen op het standpunt stellen dat wordt voorzien in fietsstroken, stelt zij dat dit geen adequate oplossing is. Verder betoogt de Fietsersbond dat niet valt in te zien waarom deze wegen worden ingericht als erftoegangsweg buiten de bebouwde kom.

Met betrekking tot de fietsverbinding Esschenweg-Brommelen-Hellebroek-Nuth en de fietsverbinding Esschenweg-Terlindenweg-Klinkerstraat betoogt de Fietsersbond dat het gemotoriseerd verkeer op de wegen op deze routes zal toenemen en dat daarom vrijliggende fietspaden of fietsstroken noodzakelijk zijn. Ten onrechte voorziet het plan hier niet in. Dit klemt temeer nu in de bestaande situatie reeds sprake is van een onaanvaardbare verkeersdruk.

Met betrekking tot de Hoogstraat en de Kantstraat betoogt de Fietsersbond dat het verkeer op deze wegen zal toenemen en dat daarom een vrijliggend fietspad of een fietsstrook moet worden aangelegd. Ten onrechte voorziet het plan hier niet in. Dit klemt temeer nu in de bestaande situatie reeds sprake is van een onaanvaardbare verkeersdruk op deze wegen.

De Fietsersbond betoogt voorts dat het plan ten behoeve van de gebruiksvriendelijkheid voor fietsers ten onrechte niet voorziet in een fietsverbinding vanaf het NS-station in Kerkrade-centrum langs het miljoenenlijntje naar Simpelveld en een fietsverbinding via het viaduct van de BPL over de Torenstraat. Hiertoe stelt zij dat dit juist in overeenstemming is met het gedachtegoed van de zogenoemde Ladder van Verdaas.

Gelet op het voorgaande en in aanmerking genomen dat aanzienlijke kosten zijn gemoeid met de verwezenlijking van gebruiksvriendelijke en verkeersveilige fietsverbindingen acht de Fietsersbond aannemelijk dat de aanleg van de BPL leidt tot dusdanig hoge kosten dat de voordelen van de BPL, anders dan in het rapport "Toetsing op doelbereik & MKBA" van Ecorys van 8 oktober 2010 staat, niet opwegen tegen de baten, temeer nu vanwege vergrijzing en dalende bevolkingscijfers moet worden getwijfeld aan het nut van de BPL. Het tegendeel volgt ook niet uit de kosten baten-analyse van Ecorys, aldus de Fietsersbond.

2.57.2. Provinciale staten stellen dat de belangen van fietsers voldoende in de besluitvorming zijn betrokken. Voorts stellen zij dat de veiligheid van fietsers niet verslechtert als gevolg van het plan. Zij achten de fietspaden ook voldoende gebruiksvriendelijk.

2.57.3. Ingevolge artikel 7, lid 7.1, aanhef en onder b, van de planregels zijn de voor "Verkeer" aangewezen gronden bestemd voor langzaamverkeersverbindingen zoals voet- en fietspaden.

2.57.4. De Afdeling overweegt dat in deelrapport 4a, behorend bij het inpassingsplan, is beschreven op welke wijze bij de inrichting van wegen rekening wordt gehouden met fietsverkeer. Geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat een nader rapport had moeten worden opgesteld met een weergave van de effecten van het plan voor het fietsverkeer, omdat de beschrijving in deelrapport 4a onvoldoende gedetailleerd zou zijn. Dat niet tot in detail duidelijk is welke verkeersmaatregelen op een specifieke locatie worden genomen, is voor dit oordeel niet relevant. Hiertoe wordt overwogen dat concrete verkeersmaatregelen niet in een inpassingsplan worden geregeld. De beroepsgrond dat maatregelen, zoals het plaatsen van verkeerslichten bij kruispunten, een voorrangsregeling en te nemen veiligheidsmaatregelen bij een overgang in het plan moeten worden opgenomen kan derhalve in de onderhavige procedure niet aan de orde komen.

2.57.5. In deelrapport 4a staat dat de Reijmersbekerweg wordt opgewaardeerd tot gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom met een maximumsnelheid van 80 km/uur. Gelet hierop worden de bestaande fietssuggestiestroken vervangen door een vrijliggend fietspad met twee rijrichtingen aan de oostzijde van de Reijmersbekerweg. Het plan maakt dit ook mogelijk. De Afdeling ziet geen aanleiding voor twijfel over de aanleg van het fietspad. Het voorgaande in aanmerking genomen volgt de Afdeling het betoog van de Fietsersbond niet dat ten onrechte geen vrijliggend fietspad langs deze weg wordt aangelegd.

2.57.6. In deelrapport 4a staat dat het plan ertoe leidt dat de verkeersintensiteiten op de Naanhofsweg beperkt zullen toenemen ten opzichte van de bestaande situatie tot ongeveer 2.000 mvt/etmaal. Provinciale staten stellen dat de Naanhofsweg derhalve kan worden gekwalificeerd als een erftoegangsweg met een maximale capaciteit van 5.000 tot 6.000 mvt/etmaal. De Fietsersbond heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit onjuist is. Volgens het principe Duurzaam Veilig zijn vrijliggende fietspaden op een erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 60 km/uur, zoals op de Naanhofsweg zal gelden, niet noodzakelijk. De Fietsersbond heeft niet aannemelijk gemaakt dat op de Naanhofsweg vanuit het oogpunt van veiligheid desondanks een vrijliggend fietspad zou moeten worden aangelegd.

Voorts staat in het verweerschrift dat de rotondes bij de op- en afritten van de BPL op de route Schuureikenweg-Naanhofsweg van een vrijliggend fietspad worden voorzien, zodat fietsers ter plaatse veilig kunnen oversteken. De Fietsersbond heeft niet aannemelijk gemaakt dat op de route Schuureikenweg-Naanhofsweg desondanks moet worden gevreesd voor een verkeersonveilige situatie bij de op- en afritten van de BPL. Wat betreft de door de Fietsersbond gestelde achteruitgang van de kwaliteit van deze fietsverbinding, mede gelet op de hoogteverschillen en bochten, wordt overwogen dat niet aannemelijk is gemaakt dat de kwaliteit daarvan als gevolg van het plan ernstig verslechtert. Met betrekking tot het betoog dat fietsers op de route Schuureikenweg-Naanhofsweg ten opzichte van de bestaande situatie zullen moeten omfietsen, wordt overwogen dat niet aannemelijk is gemaakt dat deze omrijbeweging zodanig is dat fietsers op de route Schuureikenweg-Naanhofsweg hierdoor ernstig worden benadeeld.

2.57.7. Provinciale staten hebben ter zitting verklaard dat fietsers op de Allee gebruik kunnen maken van een tweezijdig fietspad en dat de kruising Allee-Trichterweg-Akerstraat-Noord Patersweg dusdanig wordt ingericht dat fietsers veilig kunnen oversteken. De nadere detaillering komt in het kader van de inpassing aan de orde, aldus provinciale staten. De Fietsersbond heeft niet aannemelijk gemaakt dat desondanks moet worden gevreesd dat de Allee dan wel de kruising Allee-Trichterweg-Akerstraat-Noord Patersweg niet veilig wordt ingericht.

2.57.8. Voorts staat in het verweerschrift dat de Dentgenbachweg en de Hamstraat zullen fungeren als parallelwegen die alleen bestemmingsverkeer van en naar bedrijventerreinen zullen afwikkelen. Provinciale staten stellen dat de verkeersintensiteiten op deze wegen zodanig laag zijn dat deze niet boven de landelijke streefwaarde voor een erftoegangsweg uitkomen. De Fietsersbond heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit onjuist is. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat de wegen niet binnen de bebouwde kom zijn gelegen, hebben provinciale staten de Dentgenbachweg en de Hamstraat terecht aangemerkt als erftoegangswegen met een maximale capaciteit van 5.000 tot 6.000 mvt/etmaal. Zij hebben zich terecht op het standpunt gesteld dat de keuze om deze wegen niet van een vrijliggend fietspad te voorzien, niet in strijd is met het principe Duurzaam Veilig. De Fietsersbond heeft voorts niet aannemelijk gemaakt dat dit anderszins leidt tot een verkeersonveilige situatie. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de verkeersintensiteit op deze wegen in de toekomstige situatie maximaal 2.000 mvt/etmaal zal bedragen en de maximumsnelheid 30 km/uur binnen de bebouwde kom en 60 km/uur buiten de bebouwde kom is.

2.57.9. Volgens het principe Duurzaam Veilig zijn vrijliggende fietspaden op een erftoegangsweg met een maximale snelheid van 60 km/uur niet noodzakelijk. In het verweerschrift staat dat de verkeersintensiteiten op de route Esschenweg-Brommelen-Hellebroek-Nuth en de route Esschenweg-Terlindenweg-Klinkerstraat niet zodanig zullen zijn dat de maximale capaciteit van 6.000 mvt/etmaal voor een erftoegangsweg wordt overschreden. De Fietsersbond heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit onjuist is. Gelet hierop hebben provinciale staten zich ten aanzien van de wegen op deze routes, voor zover de maximale snelheid lager is dan 60 km/uur, in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat geen vrijliggend fietspad hoeft te worden aangelegd. Met betrekking tot de delen van de Brommelen en de Esschenweg die als ontsluitingsweg met een maximale snelheid van 80 km/uur fungeren, worden wél vrijliggende fietspaden aangelegd, aldus provinciale staten. De Fietsersbond heeft niet aannemelijk gemaakt dat het plan desondanks leidt tot een verkeersonveilige situatie op de route Esschenweg-Brommelen-Hellebroek-Nuth of de route Esschenweg-Terlindenweg-Klinkerstraat.

2.57.10. Met betrekking tot de Kantstraat hebben provinciale staten toegelicht dat de verkeersintensiteit in de huidige situatie ongeveer 9.000 mvt/etmaal bedraagt en dat deze als gevolg van de aanleg van de BPL toeneemt tot ruim 14.000 mvt/etmaal. De snelheid binnen de bebouwde kom zal 50 km/uur bedragen, aldus provinciale staten. Zij stellen dat het plan fietsstroken op de Kantstraat mogelijk maakt en dat in overleg met de gemeente Landgraaf zal worden bezien of de aanleg daarvan nodig is. Met betrekking tot de Hoogstraat hebben provinciale staten ter zitting verklaard dat de situatie op deze weg als gevolg van de aanleg van de BPL niet wijzigt en dat het bestaande fietspad en de fietsstroken behouden blijven. De Afdeling is van oordeel dat de Fietsersbond niet aannemelijk heeft gemaakt dat provinciale staten de veiligheid van fietsers op de Kantstraat en de Hoogstraat onvoldoende in de besluitvorming hebben betrokken.

2.57.11. In hetgeen de Fietsersbond heeft aangevoerd wordt voorts geen aanleiding gezien voor het oordeel dat provinciale staten niet in redelijkheid hebben kunnen afzien van een fietsverbinding vanaf het NS-station in Kerkrade-centrum langs het miljoenenlijntje naar Simpelveld en een verbinding via het viaduct van de BPL over de Torenstraat. Daarbij hebben zij van belang kunnen achten dat deze routes in de bestaande situatie niet aanwezig zijn en dat de BPL in zoverre niet leidt tot wijzigingen in de fietsstructuur ten opzichte van de bestaande situatie. Het betoog dat de aanleg van deze fietsverbindingen in overeenstemming is met het - hiervoor in 2.10.8.1 beschreven - gedachtegoed van de Ladder van Verdaas, wat daar verder ook van zij, leidt niet tot een ander oordeel. Hiertoe wordt overwogen dat provinciale staten in beginsel beleidsvrijheid hebben bij de keuze om al dan niet een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken.

2.57.12. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen heeft de Fietsersbond niet aannemelijk gemaakt dat de belangen van fietsers op de door haar genoemde fietsverbindingen, wegen of kruispunten onvoldoende in de besluitvorming zijn betrokken. In hetgeen de Fietsersbond heeft aangevoerd wordt evenmin aanleiding gezien voor het oordeel dat de belangen van fietsers anderszins onvoldoende in de besluitvorming zijn betrokken. Zij heeft voorts niet aannemelijk gemaakt dat de keuze om de BPL aan te leggen als weg met 2x2 rijstroken leidt tot ruimtegebrek voor de verwezenlijking van fietsvoorzieningen.

De betogen dat de landschapsbeleving van fietsers zal afnemen en dat moet worden gevreesd dat natuurgebieden niet meer bereikbaar zijn per fiets, zijn niet nader onderbouwd en treffen derhalve geen doel.

Ten slotte hebben provinciale staten ter zitting verklaard dat voldoende financiële middelen voorhanden zijn om fietsvoorzieningen te realiseren en dat tevens met deze kosten rekening is gehouden in de kosten baten-analyse van Ecorys. De Fietsersbond heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit onjuist is. Voor zover zij twijfelt aan het nut van de BPL wordt met verwijzing naar het algemene deel van deze uitspraak overwogen dat provinciale staten zich in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat het nut voldoende is aangetoond.

2.57.13. In hetgeen de Fietsersbond heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat provinciale staten zich niet in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat het plan in zoverre strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep van de Fietsersbond is ongegrond.

zondag 2 oktober 2011

Buitenring: Fietsersbond versus Provincie Limburg.

De Fietsersbond afdeling Parkstad Limburg heeft beroep aangetekend bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen de plannen voor de aanleg van de Buitenring.
Ik mocht op 12 en 19 september naar Den Haag waar over 8 dagen verspreid de zitting over dit plan werd gehouden.
Op de 12e waren er vooral algemene bezwaren aan de orde. Op het einde van een lange zittingsdag, maar op een voor mij onverwacht moment (ik was even naar de wc en dus werd tot tevredenheid van iedereen de zitting even wat langer geschorst om de benen te stekken) werd mij gevraagd of de 14 voorbeelden er waren ter ondersteuning van het algemene verhaal. Dan zouden de beroepsgronden die dag nog worden behandeld. Maar de 14 situaties kunnen ook apart worden behandeld en wellicht van daaruit ook algemene conclusies worden getrokken. Even leek het erop dat in tegenstelling tot bij de rest van de zitting, ik de vragen zou mogen stellen in plaats van de staatsraden, maar dat had ik verkeerd begrepen. Omdat de vermoeidheid groot was na een lange en inspannende zittingsdag, koos ik voor de vervolgbehandeling de 19e september (waarvoor ik eerder al uitgenodigd was).

Maandag 19 september, aanvang 13.30 uur. De andere appelanten waren in de ochtendzitting al gehoord. Dus stond alleen de Fietsersbond op de rol. Geen gejaag en geen vermoeidheid, maar er ‘even’ de tijd voor nemen. Na anderhalf uur stond ik pas weer buiten. Alle 14 knelpunten langsgelopen en ook nog her en der de gelegenheid gekregen om er algemene opmerkingen over te plaatsen. Over de zitting zelf ben ik dus heel tevreden: ik heb kunnen zeggen wat ik kwijt wilde (op één punt na).

Bij veel kruisingen zullen fietsers fors moeten omrijden. Onder deze categorie omrijden valt de grote aansluiting tussen Nuth en Schinnen. Fietsers worden veroordeeld om vanaf de Reijmersbekerweg (krijgt zelf eenzijdig fietspad in twee richtingen) via de Industriestraat om te rijden. Op deze weg zit ook vrachtverkeer, maar de Provincie stelde dat dit maar weinig zal worden omdat de Industriestraat bij de Reijmersbekerweg wordt afgesloten. Aparte fietsvoorzieningen zijn dan waarschijnlijk niet nodig. Maar waar men overal in Nederland in is voor fietssnelwegen presenteert de Provincie Limburg fietsomwegen.
Wat verderop de kruising Schuureikenweg – Randweg – Naanhofsweg. De huidige oversteekmogelijkheden (80 km-weg, geen middengeleiders) worden vervangen door een veiligere oversteek. Positief dus, al zouden middengeleiders al een behoorlijke verbetering zijn. Daarvoor mogen fietsers wel een ‘halve Haarlemmermeer’ omrijden, krijgen ze op de nieuwe oversteek geen voorrang en wordt de Naanhofsweg een nieuw probleem: de bochtige holle weg gaat van 100 naar bijna 2000 voertuigbewegingen! De provincie wentelt dit probleem af op de gemeente (dat zou nog vaker voorkomen).

De routes langs Hellebroek, Laar, Brommelen of via de Klinkerstraat naar Ten Esschen. Hier worden dagelijks 1000 en meer extra auto’s verwacht. Veel mensen uit Nuth zullen namelijk niet halfweg naar Schinnen rijden om daar de autoweg te nemen naar Heerlen. Vooral de Laarderweg en de Terlindenweg zullen goede en veilige fietsvoorzieningen nodig hebben. Tja, daar zullen we in overleg met de gemeenten moeten treden. Dat leek een toezegging, maar ik heb toch maar naar voren gebracht dat ‘in overleg’ niet betekent dat er overeenstemming is. De gemeente Heerlen heeft al te kennen gegeven geen extra geld hiervoor te hebben.
Maar zoals op meer plekken het geval was, heeft de provinciale vertegenwoordiger de opdracht meegekregen om conform een motie van Provinciale Staten ‘ruimhartig’ extra geld voor de gemeentes in het vooruitzicht te stellen. Echte waarborgen werden niet gegeven. En waarom nu wel deze toezegging terwijl de provincie in de hele procedure voorafgaand maximale zuinigheid ten toon spreidde en geen enkele toezegging heeft gedaan voor aanvullende maatregelen. Ik ben benieuwd wat van deze ruimhartigheid over is als de Raad van State het plan niet vernietigt.

Bij de kruising Allee (richting Amstenrade) – Trichterweg (richting Brunssum) – Akerstraat Noord – Paterweg kwam de provincie met een nieuwe oplossing: een kruising met verkeerslichten. Tot begin van deze week werd die mogelijkheid nog afgewezen omdat er onvoldoende ruimte was voor de benodigde opstelstroken. De provincie en in het bijzonder landsadvocaat Hans Besselink denken vooral in doorstroomcapaciteit voor auto’s van en naar de Buitenring en niet aan andere weggebruikers.
Directeur Ger Zwitserloot van het op de hoek liggende St. Janscollege gaf me nog aan dat er in de twintig minuten voor het begin van het eerste uur zo’n 500 fietsers vanuit Amstenrade en Treebeek – Brunssum over deze kruising rijden waarvan zo’n 350 in 10 minuten. Daar zal toch ook capaciteit voor moeten worden vrijgemaakt. Bij de eerder voorgestelde turborotonde met de fietsers uit de voorrang, zouden er grote opstoppingen ontstaan. Gelukkig dus dat de provincie hier overstag gaat. Nog de tip meegegeven dat de fietsers net als in de huidige situatie best van alle kanten tegelijkertijd groen kunnen krijgen. De fietsverkeersstromen vlechten zich makkelijk samen en iedereen let op bij het oversteken (zie ik wel eens een enkele keer als ik ’s morgens naar Sittard rij).
Toen de heer Besselink wat te positief begon over de gemeente heb ik maar ingebracht dat de enige reden waarom de gemeente Heerlen hier niet vandaag ook staat de Crisis- en herstelwet is die het lagere overheden onmogelijk maakt tegen dit plan te procederen.

Het volgende knelpunt dreigt te ontstaan bij de Merkelbekerbeekstraat bij Brunssum-Noord. In ons beroepschrift hebben we hiervoor geen opmerkingen gemaakt, maar na de vaststelling van het plan lijkt hier onder druk van buurtbewoners en de gemeente een voor fietsers nadelige planwijziging te ontstaan. Daar maakten we wel gewag van in onze reactiebrief op het verweerschrift van de provincie, maar de staatsraad liet het me niet toelichten.

In Landgraaf (Kampstraat, Hoogstraat) en Kerkrade (Stationsstraat en Voorterstraat) liggen verschillende straten die een forse extra verkeersbelasting krijgen, Deze straten zijn nu al onvoldoende ingericht voor fietsers (niets of smalle fietssuggestiestroken). De Buitenring betekent ook hier een verslechtering die wordt afgewenteld op de betreffende gemeente.

Twee punten in Kerkrade maakten veel indruk op de staatsraden. Langs de Dentchenbachweg en de Hamstraat moeten vrijliggende fietspaden worden ingeleverd voor ventwegen die tevens dienen als ontsluitingsweg van de bedrijventerreinen Dentchenbach of Willem Sophia. Overal in het land wordt geprobeerd om fietsverkeer en vrachtverkeer te scheiden, maar bij de Buitenring wordt deze samengevoegd. Dat mag volgens Duurzaam Veilig en het zou de situatie niet onveiliger maken, hield de verweerder vol. Op een gegeven moment zei hij zelfs dat de fietser er (over het algemeen) beter van werd. Maar dit was een zwaktebod dat de duidelijke verslechtering voor de fietser niet kon camoufleren.

Mede om aan te tonen dat het een heel eenzijdig plan is, zonder noemenswaardige voordelen voor de fietser, maar ook dat er geen brede belangenafweging heeft plaatsgevonden (geen fietseffectrapport gemaakt en ook niet volgens de Ladder van Verdaas gekeken naar andere vervoerwijzen), twee voorbeelden. De lange reeds bestaande dalbrug ten noordwesten van Eygelshoven zou ook voor fietsers opengesteld kunnen worden. Daarmee zou er een hele rechtstreekse verbinding Landgraaf – Kerkrade ontstaan (een stukje echte fietssnelweg). Zonder veel meerkosten wellicht? Provincie geeft niet thuis.
En een fietsroute tussen Kerkrade-West en Simpelveld en Bocholtz werd afgewezen omdat deze de ecologische hoofdstructuur doorkruist en die moest worden gerespecteerd. Een ongeloofwaardig antwoord, gezien de vele tientallen hectares EHS die de Buitenring gaat aantasten.

Als afsluiter heb ik de staatsraden nog meegegeven dat het vernietigen van het plan niet alleen de provincie meer aanleiding geeft het plan te wijzigen. De provincie staat daarmee ook sterker tegenover de aannemer die nu goedkoop heeft geoffreerd en dus allereerst op de kosten wil besparen en alle nieuwe zaken waarschijnlijk dubbel in rekening zal brengen.

Tot slot: hoe staan de kansen ervoor dat het beroep slaagt? Ik ben maar gematigd optimistisch. Op zich overtreedt de provincie in de door de Fietsersbond aangedragen zaken geen wetgeving. Er worden weliswaar geen waarborgen gegeven voor goede oplossingen van de veroorzaakte verslechteringen, maar hoe zwaar telt dat mee? Daar staat tegenover dat de Fietsersbond niet alleen staat. De beroepen zijn talrijk, wat aantoont dat bij dit plan op zijn minst onzorgvuldig is omgegaan met diverse belangen.
Hoe marginaal gaat de Afdeling Bestuursrechtspraak toetsen? Als deze alleen toetst aan het overtreden van wetten en procedures, dan denk ik dat de provincie in veel opzichten sterk staat. Daar ligt de redenering onder dat al het andere behoort tot een belangenafweging en dat is het domein van de democratisch gekozen Provinciale Staten.
Maar ik hoorde ook een staatsraad zeggen dat er sprake moet zijn van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Dat is een rekbaar begrip maar de vele verslechteringen kunnen uiteindelijk leiden tot een onacceptabel plan. En dat er wel allerlei toezeggingen worden gedaan, maar dat het plan geen waarborgen biedt, is ook onvoldoende rechtszekerheid?

Over behoorlijk wat maanden zal de Afdeling uitspraak doen en dan weten we het. Maar hoe dan ook, ik ben blij dat de Fietsersbond dit beroep heeft ingesteld. Sterker nog. Ik vind dat de Fietsersbond als belangenbehartiger geen knip voor de neus waard zou zijn als ze dit plan zonder weerstand zou hebben geaccepteerd.

Harrie Winteraeken.